Ga naar de homepage
 
 
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in OuagadougouFrançais
 
 
 
 
 
 
Homepage > Burkina Faso
Burkina Faso

Geschiedenis

De geschiedenis valt samen met die van het voornaamste volk in het gebied, de Mossi, die vanaf de 14de eeuw in de savannen van West-Afrika koninkrijken hadden gesticht en weerstand hadden geboden aan de zuidwaartse expansie van de islam.

Frankrijk drong het gebied binnen op het einde van de 19de eeuw, toen de belangrijkste twee rijken, dat van Ouagadougou en dat van Ouahigouya, beide beheerst door een Moro Naba (= leider van de Mossi), op het punt stonden te verbrokkelen.

In 1896 werden ze door P. Voulet door een verdrag met lokale vorsten tot een Frans protectoraat verbonden. In 1919 werd Burkina Faso gevormd als afzonderlijke Franse kolonie, waartoe delen van Opper-Senegal en Niger werden afgescheiden. In 1932 werd de kolonie opgeheven en het gebied verdeeld over Ivoorkust, Mali en Niger. De kolonie werd in 1947 heropgericht als onderdeel van Frans West-Afrika.

In 1958 werd Burkina Faso een zelfstandige staat binnen de Franse Gemeenschap en op 5 aug. 1960 een onafhankelijke republiek met M. Yaméogo als president. In jan. 1966 zette de stafchef van het leger, luitenant-kolonel S. Lamizana, de president af, schortte de grondwet op en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Het leger behield de overhand, maar stond in 1970 een nieuwe grondwet en verkiezingen toe. In 1971 werd een burgerregering gevormd, die in 1974 evenwel door Lamizana werd afgezet.

De onrust in het land was mede een gevolg van de in 1973 in Burkina Faso en andere Sahellanden uitgebroken hongersnood. In okt. 1977 werd, in het kader van de terugkeer naar een burgerregering, het uit 1974 daterende verbod op de politieke partijen opgeheven. In 1978 vonden presidentsverkiezingen en verkiezingen voor de nieuwe Assemblée plaats. Lamizana werd tot president gekozen. Er volgde een tijd van grote politieke onrust en in mei 1979 werden de politieke partijen verboden.

Op 25 nov. 1980 werd een staatsgreep gepleegd door kolonel Saye Zerbo, die op zijn beurt wegens incompetentie in 1982 moest wijken voor de arts Jean-Baptiste Ouédraogo. Deze benoemde de jonge legerkapitein Thomas Sankara tot minister-president. Sankara was populair in het leger en onder boeren, maar niet bij de hogere, conservatieve legerstaf en een jaar later liet Ouédraogo hem zelfs enige tijd gevangen zetten.

Op 4 aug. 1983 werd Ouédraogo zelf afgezet bij een staatsgreep onder leiding van Sankara. De naam van de staat werd op 2 aug. 1984 veranderd van Boven-Volta in Burkina Faso.

In juni 1991 werd in een nationaal referendum met 93% voorstemmen een nieuwe grondwet aangenomen, die voorzag in een meerpartijenstelsel, waarmee een einde kwam aan dertien jaar militair bewind. In mei 1992 werden algemene verkiezingen gehouden. De partij van Compaoré behaalde een absolute meerderheid en in juni 1992 werd Youssouf Ouédraogo eerste-minister. Hij voerde een streng bezuinigingsprogramma uit.

In maart 1994 werd premier Youssouf Ouédraogo vervangen door Roch Marc Kaboré. De devaluatie van de CFA-frank veroorzaakte een forse inflatie en koopkrachtverlies. President Compaoré benoemde in febr. 1996 Kadre Desiré Ouédraogo tot premier.

Geografie

Het grootste deel van Burkina Faso wordt ingenomen door plateaus. Die in het westen zijn gemiddeld 500 tot 550 m boven de zeespiegel gelegen (hoogste top tussen Banfora en Bobo Dioulasso, 733 m); in de rest van het land bedraagt de gemiddelde hoogte 250 tot 350 m, naar het zuidoosten dalend tot enkele moerassige laagvlakten. De plateaus worden doorsneden door een aantal rivieren, waarvan de meeste deel uitmaken van het rivierenstelsel van de Volta, o.a. de Volta Blanche, Volta Rouge, Volta Noire, Bougouriba, Komoé en Léraba. Enkele rivieren in het oosten (o.a. de Sirba) behoren tot het stelsel van de Niger, die zelf echter niet door het grondgebied van Burkina Faso stroomt. De waterscheiding tussen beide rivierenstelsels loopt ongeveer langs de lijn Djibo-Diapaga. Op de plateaugesteenten (granieten, schisten, kwartszandsteen e.a.) hebben zich gele en rode lateritische gronden ontwikkeld, met vooral in de bovenlaag een zandig karakter. 

Het uiterste noorden heeft een Zuid-Sahara-klimaat met minder dan 500 mm neerslag per jaar, naar het zuiden toe neemt de gemiddelde hoeveelheid neerslag toe tot ca. 1200 mm in het zuidwesten. Ouagadougou (op 300 m hoogte boven de zeespiegel) heeft gemiddeld 884 mm per jaar. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt er 29 C (in jan. 24 en juli 32 C).

De natuurlijke plantengroei bestaat uit een savannebegroeiing, in het noorden van het land droger en armelijker dan in het zuiden, waar hier en daar nog betrekkelijk dichte bossen voorkomen.

De dierenwereld is rijk aan insecten en vogels. Daarnaast komt vooral in het oostelijk gedeelte van het land nog wel groot wild voor, zoals antilopen, olifanten, nijlpaarden, leeuwen, apen en krokodillen.

Economie

Burkina Faso behoort met een inkomen van (1996) $ 300 per hoofd van de bevolking tot de armste landen van de wereld. De bodem bevat vrijwel geen natuurlijke rijkdommen, het land grenst nergens aan zee en de kortste afstand tot de kust bedraagt ca. 800 km. Van de beroepsbevolking is 84% werkzaam in de landbouw. Door het gebrek aan goede grond en werkgelegenheid zijn vele Burkinezen genoodzaakt werk te zoeken in de naburige kuststaten. Het land heeft zwaar te lijden gehad van de droogteperiode van 1968 tot 1974; ook daarna heeft de landbouwopbrengst geleden onder de droogte. Het enorme houtverbruik (gebrek aan andere energiebronnen) legt een zware claim op het bosbestand en vergroot het gevaar van ecologische verstoringen (erosie, woestijnvorming).

De primaire sector vertegenwoordigt 45% van het bruto nationaal product (bnp). Sinds 1965 is het BNP gemiddeld jaarlijks met 1, 3% toegenomen, wat bij een bevolkingsgroei van 2% een achteruitgang per capita betekent. De problematische economische situatie van het land is in de jaren tachtig nog verergerd door een chronisch handelstekort. De regering is voor driekwart van haar budget afhankelijk van buitenlandse hulp. Verbetering van de infrastructuur en kleinschalige industrialisatie is door deze afhankelijke positie uiterst moeilijk. Voor aanpassingen van de economische structuur is de regering in zee gegaan met het IMF, met goed resultaat.

Landbouw, veeteelt en visserij

Landbouwgronden beslaan ca. 54.000 km2 (20% van de totale oppervlakte). Hiervan wordt jaarlijks echter slechts een klein deel bebouwd, wat o.m. samenhangt met het algemeen toegepaste systeem van shifting cultivation, waardoor voortdurend grote stukken land enkele jaren braak liggen. De landbouw wordt doorgaans met primitieve middelen bedreven. Toch stijgt de opbrengst van de akkers jaarlijks aanzienlijk, zodat de landbouw de kern is van de groei. Ten behoeve van de watervoorziening worden op diverse plaatsen irrigatiewerken uitgevoerd, zoals in de droge vlakte rond Zhorgo ten behoeve van de rijstcultuur. Als voedingsgewassen worden vooral verbouwd sorghum en parelgierst, maïs, rijst, bataten, yammen, taro en cassave. Aardnoten, sesam en kariténoten dienen deels als voedingsgewas, deels voor lokale industriële verwerking (oliën en vetten). Katoen is het belangrijkste handelsgewas; katoenzaad- en vezel zijn samen goed voor 50% van de exportwaarde. Verder zijn er rietsuikervelden nabij Banfora.

Ca. 50% van de oppervlakte van het land leent zich voor (extensieve) veehouderij. Legaal en illegaal worden stijgende aantallen levende dieren geëxporteerd, vooral naar Ivoorkust. Ouagadougou en Bobo Dioulasso hebben moderne slachthuizen.

Visserij (voor de voedselvoorziening van aanzienlijk belang) wordt beoefend op de Volta Noire, in enkele kleine meren en in (aangelegde) visvijvers. Er is geen commerciële vangst. Nabij Banfora is een proefstation voor de visteelt.

Mijnbouw

In het kleine deel van de oppervlakte dat is geëxploiteerd, zijn weinig delfstoffen aangetroffen. Van mogelijke betekenis is het nabij Tambao in het uiterste noorden aangetroffen mangaanerts, waar de reserves op 12 miljoen ton (Mn-gehalte 54%) worden geraamd; de exploitatie hiervan, door een multinationale onderneming, wordt bemoeilijkt door het ontbreken van transportmogelijkheden. In het Kombissirigebied, ten zuidoosten van Ouagadougou, wordt graniet gedolven. De goudmijn te Poura, in 1966 gesloten, is sinds 1974 weer in bedrijf en in 1999 weer gesloten. Het voorkomen van koper en diamanten, zilver, zink, bauxiet, lood, nikkel en fosfaat is aangetoond. De cementfabriek van Tambao, gefinancierd met Chinese gelden, verwerkt de kalksteen die bij Tin Hrassan gedolven wordt.

Industrie

De industriesector is van bescheiden omvang (25% van het bnp). Van belang is vooral de katoenverwerkende industrie. Naast katoenzaad en -vezel zijn de voornaamste producten: zeep, oliën en vetten, meel en veevoeder, schoenen, sigaretten, bier, textiel; voorts is er behalve de hierboven genoemde industrie o.m. rijwielassemblage, rijstpellerij, leerlooierij en suikerraffinage. Buitenlandse investeringen hebben plaatsgevonden in de cement- en bierproductie.

Handel

De invoer bestaat vnl. uit voedings- en genotmiddelen, textiel en kleding, aardolieproducten, bouwmaterialen, motorvoertuigen, machines en elektrische installaties. Goudexport is goed voor een kwart van de totale opbrengst. Uitgevoerd worden vooral vee en veeteeltproducten, katoenzaad en aardnoten. Een belangrijk deel van het handelsverkeer vindt plaats met Frankrijk en andere landen van de franczone (vnl. Ivoorkust). Andere handelspartners zijn: Duitsland, Nederland, België, Italië, de Verenigde Staten en Japan. Daar Burkina Faso niet aan zee ligt, loopt de in- en uitvoer vrijwel geheel via havens in Ivoorkust (Abidjan) en Ghana (Tema, Takoradi).

Ontwikkelingssamenwerking

De meeste ontwikkelingshulp ontvangt Burkina Faso van de Europese Unie en de Wereldbank. Van de bilaterale donoren is Frankrijk het grootst. Sinds 1975 is Burkina Faso in het concentratiebeleid van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking opgenomen. Nederland staat sedert jaren in de top van de bilaterale donoren. Zie hierover de informatie over Externe link bilaterale samenwerking op deze website.

Bankwezen

Als centrale bank fungeert de Banque Centrale des États de l'Afrique de l'Ouest. Naast enkele handelsbanken is er een nationale ontwikkelingsbank, die kredieten op middellange termijn verstrekt ten behoeve van de landbouw, woningbouw, detailhandel en lichte industrie. FMO heeft een deelneming in de Bank of Africa en steunt het PME-loket van de Banque Internationale de Burkina (BIB) voor 25% eigendom van Fortis.

Verkeer

De enige spoorlijn loopt van Ouagadougou via Bobo-Dioulasso naar Abidjan, aan de kust (totale afstand 1145 km, waarvan 517 km in Burkina Faso). Aan het einde van de jaren tachtig was een uitbreiding van het spoorwegnet van Ouagadougou naar Tambao (320 km) met een vertakking naar Niger gepland doch slechts tot Kaya, 100 kilometer ten Noorden van Ouagadougou, gerealiseerd. Van het ca. 17.000 km lange wegennet is slechts ca. eenderde het gehele jaar door te gebruiken. Te Ouagadougou en Bobo Dioulasso zijn vliegvelden voor het internationale luchtverkeer; elders in het land zijn nog een zestigtal kleinere vliegvelden en landingsplaatsen. Het binnenlandse luchtverkeer wordt verzorgd door Air Burkina. Daarnaast neemt Burkina Faso deel in de multinationale luchtvaartonderneming Air Afrique.

Bevolking

De inheemse bevolking omvat ca. 160 etnische groepen. De grootste bevolkingsgroep (ca. 50%) vormen de in het centrale deel van het land gevestigde Mossi. Daarna volgen de nomadische Fulani (10%), die langs de noordelijke grens wonen, de Lobi (7%) in het zuidwesten, de Mandé (7%) in het noordwesten, de Bobo (7%) in het zuidwesten en de Gourma (5%). De in het land levende buitenlanders (ca. 15.000) zijn bijna uitsluitend Fransen.

Meer dan de helft van de bevolking is gevestigd in het centrale deel van het land, het gebied tussen Volta Noire en Volta Blanche en in enkele direct ten noordoosten daarvan gelegen streken. Vooral het oosten is dun bevolkt. Slechts 17% van de bevolking woont in de steden, waarvan de grootste zijn (schattingen 1994) Ouagadougou (635.000 inw.), Bobo Dioulasso (270.000), Koudougou (52.000) en Ouahigouya (39.000).

In de periode 1980-1992 bedroeg de jaarlijkse bevolkingstoename 2,6%. In 1990 was 44% van de bevolking niet ouder dan 15 jaar. De gemiddelde leeftijdsverwachting bij geboorte bedroeg in 1991 46 jaar voor mannen en 49 jaar voor vrouwen.

Taal

De officiële taal is het Frans. Het aantal inheemse talen is groot: men onderscheidt twaalf hoofdgroepen, die tezamen ca. 90 talen en dialecten omvatten. Handelstalen zijn ook Arabisch en Engels.

Religie

De meerderheid van de bevolking (ca. 70%) belijdt traditionele natuurreligies; 25% behoort tot de islam, die vooral in het noorden en westen van het land sterk is vertegenwoordigd; 10% van de bevolking is overgegaan tot het christendom, merendeels tot het rooms-katholicisme. Er is een rooms-katholiek aartsbisdom (Ouagadougou) met acht bisdommen.

Link: Doe mee met webonderzoek!
loopeensbinnen_m.jpg (10 Kb)
banner wijsopreis.nl (GIF, 2 Kb)
Link: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Link: Europa hoort bij Nederland
Banner Samen Werken aan Nederland